[Opinie] Is België klaar voor een speak-up cultuur?



Iedereen kon het onlangs lezen in media: Brusselse politieagenten werden bedreigd en gesanctioneerd door collega’s en leidinggevenden omdat ze wangedrag tegenover burgers signaleerden; directieleden van een parlementaire instantie die belangenconflicten in eigen rangen hebben gemeld zitten nu zelf in de beklaagdenbank; melders van mogelijke onregelmatigheden bij de aankoop van de F35’s werden onder politieke druk gezet om te zwijgen. In België kijken we te vaak naar de boodschappers. Het is hoog tijd voor een ommekeer.

Naar een speak-up cultuur

De Verenigde Naties beklemtonen dit jaar de verantwoordelijkheid van iedereen – parlementen, regeringsleiders, ambtenaren, magistraten, ombudsdiensten, de media, de bedrijfswereld, de academische wereld, burgers -  om zich te verzetten tegen corruptie. Volgens de VN moet er een “speak-up cultuur” komen waarin klokkenluiders zich ongestraft kunnen uitspreken tegen corruptie. Een kernelement daarvan is een veilige procedure als één van de meeste efficiënte tools om corruptie en wantoestanden op te sporen.

Personeelsleden van de federale overheid kunnen sinds 2014 bij ons Centrum Integriteit terecht om integriteitsschendingen te melden. We luisteren naar wie overweegt te melden, we voeren in alle vertrouwelijkheid en onpartijdigheid onderzoek uit en bieden een beschermingsstatuut aan melders. Uit die dagelijkse praktijk stellen we vast dat er van een speak-up cultuur nauwelijks sprake is. Melders die bij ons - als extern meldkanaal - aankloppen, hebben vaak binnen de eigen organisatie al op vele deuren geklopt zonder gehoor te krijgen. Of ze durven er niet aankloppen uit vrees voor vergeldingsmaatregelen. Het is de verantwoordelijkheid van de overheden om meldprocedures te voorzien die klokkenluiders beschermen tegen vergeldingsmaatregelen.

Omzetting van de Europese richtlijn

De Europese Unie heeft met de richtlijn inzake de bescherming van personen die inbreuken op het Unierecht melden een sterke incentive gegeven voor een speak-up cultuur. Deze richtlijn legt de lidstaten op om meldkanalen op te zetten waar klokkenluiders veilig en vertrouwelijk kunnen melden. Dat kan over corruptie gaan maar ook over fraude bij overheidsopdrachten, milieu-inbreuken, financiële fraude, …. Ook wie inbreuken in de media brengt, kan onder bepaalde voorwaarden bescherming genieten.   

17 december 2021 is de uiterste datum voor de omzetting van deze richtlijn. Ondanks alle harde werk van de laatste twee jaar, zal de federale overheid deze deadline jammer genoeg niet halen. Als onafhankelijk deskundige konden we de werkzaamheden van dichtbij volgen en zien we hoe alles in de laatste rechte lijn in het werk wordt gezet om zo snel mogelijk een tekst rond te hebben. De tijd dringt maar België moet dit momentum ook grijpen om een wet uit te werken die in de eerste plaats beantwoordt aan de noden van melders en zo een speak-up cultuur mogelijk maakt. We roepen de kabinetten, administraties en parlementsleden op om drie principes voorop te stellen bij het uitwerken van de wet: vertrouwen, onpartijdigheid en bescherming.   

Vetrouwen, onpartijdigheid, bescherming

Melders moeten erop kunnen vertrouwen dat het meldpunt of meldkanaal hun identiteit nooit zal vrijgeven, ook niet aan de collega’s die we 100% vertrouwen. Dat is het pact met de melder. Het geeft ook vertrouwen dat het loont te melden. Dit wil zeggen: de gemelde feiten worden onderzocht, er volgen maatregelen om ervoor te zorgen dat dergelijke inbreuken zich niet herhalen en de verantwoordelijke van de inbreuk krijgt indien nodig een sanctie.   

Heel wat meldingen die nu bij ons terecht komen, hadden intern kunnen worden aangepakt. Andere integriteitsschendingen zijn te gevoelig om intern te melden, bijvoorbeeld als er leidinggevenden bij betrokken zijn. In deze gevallen is de vrees voor vergeldingsmaatregelen groot en kan het moeilijk zijn om intern een onafhankelijk onderzoek te voeren. Vandaar dat een extern en onafhankelijk meldkanaal noodzakelijk is.   

Een speak-up cultuur vereist ook onpartijdigheid in elke fase van de meldprocedure. Wie meldingen behandelt, moet onafhankelijk van welk gezag ook, beslissingen kunnen nemen, zonder inmenging of druk van leidinggevenden en zonder zich geremd te voelen door andere belangen. Deze onpartijdigheid is ook noodzakelijk voor een objectief onderzoek van de gemelde feiten. Ten slotte speelt onpartijdigheid een cruciale rol bij de beoordeling of er sprake is van vergeldingsmaatregelen.    

De richtlijn is duidelijk: melders hebben we een slagkrachtige bescherming nodig. Sommigen kijken daarvoor te snel naar het rechtsapparaat. Vanuit onze dagelijkse praktijk weten we dat we een dergelijke zware procedure kunnen vermijden door tussen te komen en met melders en de werkgever tot een overeenkomst te komen over het ongedaan maken van de vergeldingsmaatregelen of het compenseren van de schade. Wij beschouwen de interventie van een rechtsapparaat als noodzakelijk maar slechts als ultimum remedium.

Het is bijna 17 december en potentiële melders willen weten hoe België de richtlijn zal toepassen. Het is dus nodig om hard verder te werken aan deze wetgeving die werkelijk bijdraagt aan een speak-up cultuur. In de tussentijd mag het uitblijven van de Belgische wet geen afbreuk doen aan de rechten die de richtlijn biedt. Maar in afwachting dienen klokkenluiders niet zonder bescherming te blijven. Voor wat betreft de federale administratie, zullen ze bij het Centrum Integriteit van de federale Ombudsman beroep kunnen doen op de directe werking van de richtlijn.

gepost op: 09/12/2021